Langzaam voel je je trillende handen klam worden. Je hart gaat tekeer alsof je als een gestreste struisvogel alle trappen binnen de NHL hebt beklommen. En is dat nou een stressvlek daar in je nek? Ach, dat bellen, dat kan morgen ook nog wel. O nee, het is morgen zaterdag. Het moet nu. Vluchtig loop je door de kantine richting een medestudent uit dezelfde projectgroep: “Bel jij even?” Zij antwoord op haar beurt: “Nee, jij belt!” Shit, dit schiet niet op. Toch maar op zoek naar het meest afgezonderde plekje in de NHL. Voorzichtig en uitermate zorgvuldig toets je het nummer in. Klopt het? Ja. Wacht! Wat moet je eigenlijk zeggen en.. huh, hoe heet je ook alweer?!

Zodra je een bedrijf of instantie moet bellen, stel je dit uit tot aan Sint Juttemis. Dat angstaanjagende moment van het overgaan van de telefoon, daar krijg je toch de kriebels van? Er kan ook zoveel misgaan. Neem bijvoorbeeld het vernietigende oordeel dat de ander vormt alleen al op basis van je stem. Je wilt jezelf beschermen tegen eventuele kritiek en een telefonische afgang. Dan heb ik het nog niets eens over gebeld worden. Rrrrring. De angst grijpt je naar de keel. Rrrrring. Onbekend nummer. Rrrring. Ga je opnemen? Rrrring. Nee, je laat hem over gaan en laat ze je voicemail inspreken. M-m-maar.. dan moet je terugbellen. Help. Laat dat hele belfestijn maar zitten.

Als student Communicatie en zeker als journalist in spé moet je toch wel een telefoontje kunnen plegen. Zo’n complexe handeling is het niet. Je toetst het nummer in, wisselt wat woorden uit et voilà. Toch is telefoneren voor velen een struikelblok. Ergens is het wel begrijpelijk. Tijdens het telefoneren mis je een groot deel van de non-verbale communicatie van je gesprekspartner. Bovendien kun je geen lange stiltes laten vallen zonder dat dit ongemakkelijk wordt.

Maar mailen is ook niet alles. Soms moet je dagen of weken wachten op antwoord. Soms krijg je helemaal geen antwoord. Daarbij is het ook nog eens onpersoonlijk. Voor je het weet loopt er een hele liveshow in de soep, omdat jij de potentiële gast niet durfde te bellen. Je moet je eroverheen zetten, zeggen ze dan. Gewoon doen. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar zeker waar. Ik moet je eerlijk bekennen, ik was er vroeger ook zo’n eentje. Twee jaar geleden nog. Man, wat ben ik blij dat ik van die verrekte telefoonangst af ben.