Dolly Days

De laatste stoptrein naar Groningen is krap vijf minuten onderweg als de jonge vrouw tegenover me vanuit stilstand de vierzitter met daarin mij en een vriendin van me onderkotst. Ze heeft iets wits gegeten. Het is zo right here, right now dat ik geen vin verroer.

Het is een van de laatste avonden van de Stormruiter. Ik heb net in een appje naar iemand met verstand van paarden gemopperd over het verfrommelde drama in de voorstelling.

De vrouw put zich uit in verontschuldigingen. “Sorry, normaal doe ik dat nooit”, stamelt ze. “Ik ben niet zo.” Wel is ze zo misselijk dat het kwijl van haar machteloze kin druipt. In haar handen klemt ze een plastic zak van een passagier. Een doorzichtige. Ook dat nog.

Sommige passagiers lachen. Een jong stel aan de andere zijde van het gangpad gaat door met een levendig gesprek over alle shotjes die ze wel niet hadden gedronken die avond. Dat gesprekje bleek later de druppel te zijn geweest. Iemand oppert dat er drugs in het spel lijkt.

Op zoek naar een conducteur banjer ik besmeurd door de trein en klop aan bij de machinist. De deur zwaait open en ik word compleet verrast door de mistige duisternis. “Zie je niet meer dan dit?”, vraag ik. Een lach buldert mijn verbazing weg. Hij kan dit traject met de ogen dicht. Ik geloof zijn geloof, maar geruststelling voelt anders. Bellen kan hij ook nog.

Een kwartier later zit ik met de misselijke vrouw op een bankje op het perron. Ze heeft een ambulance afgeslagen en vecht haar bewustzijn terug. De machinist en vriendin zijn in beslag genomen door, echt waar, een brand. Naast het perron staat een scooter stalling in lichterlaaie. Ik denk aan de film Fight Club. Ed Norton zegt tegen Helena Bonham Carter: “You met me at a very strange time in my life.” Op de achtergrond ontploffen alle banken.

“Wil je wat voor me doen?”, vraagt ze me. Haar fiets staat ergens hoog. Ze is trots maar dat alleen tilt niet genoeg. Ze slikt moeilijk. “Ik weet heus wel waar. Het is een groene.” We maken een deal. Ik pak haar fiets, zij belooft niet te zullen fietsen als ze niet recht kan lopen straks. Dat lukt nog geen drie tegels. Deze stormruiter gaat te voet naar huis.

Ik bewonder ergens haar verbeten gevecht voor waardigheid. Drie keer wil ze opstappen en drie keer overreden we haar dat lopen echt beter is. Frisse lucht werkt. Ze schikt zich en vertelt over haar studie aan de universiteit. En als ze eindelijk haar voordeur achter zich dichttrekt, is er zowaar iemand tevoorschijn gekomen uit de geur van wit eten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.