Dolly Days

Een keer of drie per lesdag beklim ik de trappen naar drie hoog achter op Zuid. De lift neem ik alleen als ik bagage heb of in gesprek ben met iemand die spullen meesleept. Al beweer ik niet dat ik dan juich. Traplopen is weliswaar goed voor de wervelkolom, maar in stilte foeter ik me meestal een weg omhoog. Zelf vermoed ik dat juist dat nog het meest gezond is.

Ik mopper dan op november en op toetsenborden in lokalen die niet werken als ik er voorlichting kom geven. Op de bestuurder van een dikke blauwe BMW die zijn bak er gewoon voor gooit terwijl mijn OV-fiets voorrang heeft. Op mensen die geen antwoord geven op belangrijke vragen. Op een rooster dat wil dat ik op twee plekken tegelijk ben.

Meestal is er genoeg aan dagelijkse sores voor een verdieping of twee, maar zelden voor de hele weg. Mijn irritaties en boosheden zijn als zomerse onweersbuien. Eenmaal boven ben ik doorgaans opgelucht en weet ik vaak niet meer precies wat me irriteerde. Opgeruimd.

Of zoals een hoogleraar me ooit toevertrouwde over een ingezonden brief naar aanleiding van een door mij geschreven krantenbericht: “Welke brief?” Ik had daarvan wakker gelegen, maar hij had werkelijk geen idee meer waarover ik het had. Knap voor iemand van wie ik dacht dat hij nog boos was op mij. Het voordeel van ingezonden brieven zag hij daarentegen nog scherp: het luchtte zo lekker op om iets van je af te schrijven. Kijk, ieder zo zijn trap.

Opruimen is ook een manier om de toekomst te benaderen. Wat niet meer nodig is, moet aan de kant voor nieuwe kansen. Oude zooi en kapotte spullen gaan overboord. Zo bezien zijn Marktplaats, E-Bay en Omrin de kwartiermakers van de toekomst. Ze maken ruimte.

Nou ruimt niet iedereen per se ethisch verantwoord op. Laat staan bewust. Iets over de schutting gooien geeft ook ruimte net als snel de eigen stoep schoonvegen als de buren weg zijn. En mensen doen we ook weg. Omdat het niet meer gaat of omdat het tijd wordt voor iets nieuws. Om allerlei redenen, al is het makkelijker met spullen want die protesteren niet.

Een ex-vriendin zei het ooit zo: “Mensen komen en mensen gaan.” Hard maar glashelder. Ergens zijn we inderdaad luchthavens of stations in onze verbindingen met anderen. En soms ruim je die op of word je zelf opgeruimd. Dat laatste kan dan weer mee de trap op, alleen vergt het gevoel dat jij niet mee mag de toekomst in meer dan drie verdiepingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.