Vlakbij de radiotelescopen van het satellietgrondstation bij het dorp Buren knijp ik in de remmen. Ik ben op de racefiets onderweg van Leeuwarden naar Groningen. Ik heb geen reden tot haast en goed beschouwd is het daar deze avond ook veel te warm voor.

De grote witte schotels – er staan er dertien – vormen een wonderlijke onderbreking van het groene landschap. Toen ik aan kwam rijden leek het of de grootste telescoop als een kolossale schotelantenne op het dak van een boerderij was gemonteerd. Serieuze TV kijkers. Erdogan, Poetin, Trump, alle grote reality tv sterren zijn hier haarscherp te volgen.

In dit grondstation wordt informatie ontvangen van twee communicatiesatellieten. Het betere downloaden. Ik kijk van mijn telefoon naar die grote telescoop en terug en vraag me af of het ding ook kan bellen. Zal toch wel? Ik vind het antwoord niet zo snel op mijn slimme telefoon en de installatie lijkt onbemand, dus iets vragen zit er ook niet in. Ik stel me voor dat ik nu in de gaten word gehouden op een scherm door een verveelde bewaker heel ergens anders. Ik kijk even vragend naar de lucht maar die blijft stom.

Zo zonder antwoord gaat de vraag met mijn gedachten aan de haal. Met ons mensen lijkt het soms ook zo dat we alleen zenden of ontvangen. Bijvoorbeeld als we zo druk zijn met praten dat we geen acht slaan op wat er terugkomt en vooral uit beleefdheid een ander laten uitpraten zodat onze eigen uitzending verder kan. Of wanneer we zo goed opletten dat het niet in ons opkomt dat we zelf ook iets kunnen zeggen. Gesprekken waarin alle partijen even toegewijd ontvangen als zenden zijn vermoedelijk zeldzamer dan we denken.

De lessen van deze week en de nagekeken vierdejaars stagedossiers schieten me te binnen. Een minuut lang dansen competenties drie, vier en vijf door elkaar heen, alsof ze hier ook iets over wil zeggen. Ik jaag ze weg. Zelfs de mooie discussie over het gemak waarmee mensen van alles delen op social media moet nu weg. Wegwezen, kom volgende week maar terug. Net als mijn telefoon ben ik toe aan een oplader. Ik denk aan een douche en aan wat ik straks allemaal kan eten zodra ik straks mijn koelkast terugvind.

Ik begin aan de laatste twintig. Ergens hoop ik dat er staatsgeheimen binnenkwamen op die telescopen terwijl ik daar zat uit te blazen van zestig kilometer Fries en Gronings groen landschap. Of juist het land uitgingen, misschien is dát het geheim. Vanavond is zo’n avond waarop het mooier is om dat lekker niet te weten. Dat effect gun ik de lezer ook. Terwijl ik doorpeddel bedenk ik ruimhartig wat er allemaal niet in deze column komt.

Meer Dolly Days lezen? Klik jezelf hier naar de vorige aflevering!