Onderweg naar en van een eindgesprek voor een vierdejaars stage zit ik twee keer in een volle coupé van een intercity en observeer de communicatie tussen mijn medereizigers.  

Toegegeven, dat was niet helemaal de bedoeling. Ik heb genoeg te doen. Alleen zijn de communicatie uitingen om me heen zijn zo overweldigend aanwezig dat observeren minder energie kost dan negeren. In een viertje aan de andere kant – zo’n set van tweezitters tegenover elkaar – zit een vrouw van een jaar of vijftig onstuitbaar aan een vriendin te vertellen hoe ze haar nieuwe baan heeft verkregen. Tegenover hen spelen twee studentes ontspannen hetzelfde spelletje op hun mobieltjes.  

In feite doet ‘vertellen’ de situatie te kort. Wat hier plaatsvindt is een algehele reconstructie. Het doet me denken aan de film Pearl Harbor over de Japanse aanval in 1941 op Hawaii. Die film duurt langer dan de aanval van toen zelf. Ik bedenk dat mensen indrukwekkend veel kunnen opnemen als het maar indruk maakt. De rol van de vriendin blijft intussen beperkt tot knikken en het stellen van korte onhoorbare tussenvragen die de menselijke geiser niet werkelijk onderbreken.  

De dame kon het meteen goed vinden met haar manager al lijkt ze vooral in haar nopjes over het feit dat de manager het goed kan vinden met haar. Een gestage stroom aan anekdotisch bewijs maakt zich meester van de omzittenden. De trein krimpt. De studentes kijken ongemakkelijk op van hun mobieltjes bij een half gefluisterde anekdote over een spijkerstoffen bloesje dat toch echt niet kon maar omstandig werd gepast: bij sommige stemmen werkt fluisteren gewoon averechts. Eenmaal buiten vind ik het ineens heel belangrijk om te ontdekken hoe hard een OV-fiets eigenlijk kan.  

Onderweg naar mijn tweede stagebezoek zit de trein vol uitgelaten studenten. Ze zijn onderweg naar een weekendkamp en het is ontzettend vrijdagmiddag. De groep van een mannetje of twintig maakt de andere reizigers een beetje onzichtbaar. Wij gaan ook op kamp, of we willen of niet.

Mijmerend over kampvuren, katers en grote verwachtingen schiet de stem me weer te binnen. Ze moest wel bedenken, volgens de manager uiteraard, die dat twee keer had herhaald, dat het een mooi maar klein wereldje is in het bedrijf. No worries mate, bedenk ik met een grijns. Communicatie en recruitment samen zijn onverslaanbaar. 

Meer Dolly Days lezen? Klik jezelf hier naar de vorige aflevering!