Gevoelens van lusteloosheid, somberheid of angst. Ach, iedereen heeft wel eens een baaldag. Maar wanneer deze klachten langer aanhouden dan een week of twee, is er misschien toch iets serieuzers aan de hand. Depressie is een toenemend fenomeen onder studenten; recent onderzoek toont aan dat ruim de helft van de studenten kampt met een lichte tot ernstige vorm van depressie. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) voorspelt zelfs dat het in 2030 de meest voorkomende ziekte zal zijn. Aanleiding genoeg voor een tête-à-tête met Alvar Van Rijn, studentendecaan op NHL Stenden. Hoe ervaart hij dit in de praktijk?

Geschreven door: Sharon Cornelissen

39% van de ondervraagde studenten heeft in lichte mate last van een depressie; 14% vecht dagelijks tegen een zware depressie. Schokkende cijfers uit een grootschalig onderzoek dat recentelijk is verricht onder ruim drieduizend studenten van Hogeschool Windesheim in Zwolle. Studenten kampen steeds vaker met depressieve gevoelens; anno nu is het dan ook de meest voorkomende ziekte onder deze groep jongeren. Reden voor de depressie? De toegenomen studiedruk en de angst voor hoge studieschulden, zoals de studenten zelf aangeven. Deze mentale druk is zo overweldigend, dat studenten het geestelijk niet meer aankunnen. Hoe vertaalt dit fenomeen zich naar de praktijk van NHL Stenden? Welke klachten zijn veelvoorkomend? En welke (hulp)mogelijkheden zijn er voor studenten met depressieve klachten? Studentendecaan Alvar Van Rijn geeft antwoord.

Is het aantal depressieve studenten de laatste jaren toegenomen?

Alvar: “Het is lastig te bepalen of depressies echt meer voorkomen onder studenten. Bij het decanaat op NHL Stenden merken we wel dat studenten steeds vaker aangeven last te hebben van depressieve gevoelens. Vraag is echter of depressies daadwerkelijk meer voorkomen, of dat studenten het meer melden. Dat weten we niet, dat hebben we nog niet goed onderzocht. Het kan ook komen doordat er steeds meer media-aandacht komt voor deze ziekte, onder andere door televisieprogramma’s etc. Hierdoor ligt er misschien minder een taboe op depressies, en durven studenten eerder voor hun klachten uit te komen.”

Welke klachten doen zich dikwijls voor bij een depressie?

Alvar: “Allereerst is er vaak sprake van veel negatieve gedachten en gevoelens. Punt is echter dat het een beetje afhangt van welke definitie van ‘depressie’ je hanteert. Ik ben zelf van mening dat er in de hulpverlening niet altijd goed onderscheid wordt gemaakt tussen ‘depressie’ en ‘overspannenheid’. Als je bijvoorbeeld overspannen bent en daardoor geen energie meer hebt, dan kun je hier ontzettend van balen. Je kunt bijvoorbeeld niet meer de dingen doen die je leuk vindt, hebt geen energie meer om te studeren, etc. Het is logisch dat je dan negatieve gedachten krijgt; de depressie is dan eigenlijk het gevolg van de overspannenheid. Het is dan niet zozeer een stoornis, maar meer een behoefte: de behoefte aan ‘de’ – ‘pressie’, oftewel letterlijk ontspannen. Als we het hebben over een echte klinische depressie, dan is iemands leven eigenlijk wel oké. Je hebt alles (redelijk) op orde. Maar toch blijf je hier dan ongelukkig bij. Ten gevolge van deze depressie, kun je dan wel weer andere klachten ontwikkelen, zoals verminderde energie en moeite met concentreren.”

Welke factoren spelen mogelijk een rol bij het ontwikkelen van een depressie?

Alvar: “Vaak is er een vrij directe aanleiding voor de depressie: een overlijden, een scheiding of andere persoonlijke omstandigheden. Ook zien wij het terug bij studenten die veel stress ervaren, als de druk om te presteren hoog is. Over het algemeen komt dat vaker bij voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat vrouwen vaker doorzetten terwijl ze het eigenlijk niet meer aankunnen. Ze blijven dan maar doorgaan om te proberen aan de eisen te voldoen. Hierdoor gaan ze continu over hun eigen grenzen. Mannelijke studenten daarentegen geven eerder op en verliezen zich dan in bijvoorbeeld gamen of andere activiteiten. Beiden kunnen leiden tot depressie. Ik heb wel het idee dat vrouwen eerder om hulp vragen en eerder melden dat ze last hebben van depressieve gevoelens. Mannen proberen het langer alleen op te lossen. Maar hulp vragen is altijd de beste optie.”

Op welke manier kan een studentendecaan hulp bieden aan depressieve studenten?

Alvar: “Het hangt er een beetje van af in welke mate een student depressief is. Bij een lichte vorm van depressie is het soms een kwestie van een paar gesprekken in een korte periode. Deze gesprekken zijn er dan op gericht om de student te helpen een andere levensstijl te hanteren qua slaap, eten, activiteiten, etc. Als je bijvoorbeeld beter gaat letten op je slaap, door acht uur te gaan slapen in plaats van vijf uur, dan kan dat al een wereld van verschil maken. Bij deze gevallen ligt de depressie vrij oppervlakkig. Bij diepere depressies, als je bijvoorbeeld depressief bent omdat je het gevoel hebt nooit goed genoeg te zijn en jezelf hierdoor een te grote prestatiedruk op legt, dan werkt een eenvoudige gedragsverandering meestal niet. Wij geven deze studenten meestal het advies om naar de huisarts te stappen; deze kan de student dan weer doorverwijzen naar een psycholoog. Wij mogen, als studentendecaan, die doorverwijzing niet doen. Vervolggesprekken met de student gaan er bij ons dan voornamelijk over hoe de student zijn studie kan combineren met de depressieve klachten.”

Zijn er speciale voorzieningen in de studie waar een depressieve student gebruik van kan maken?

Alvar: “Ja, die zijn er zeker. De student zal uiteindelijk altijd het volledige studieprogramma moeten doen op het niveau dat van hem gevraagd wordt. Maar binnen de opleiding zijn er allerlei voorzieningen waardoor de studie voor de depressieve student haalbaar kan worden. Qua studie gaat het bij een depressie vooral om hoeveel energie de student er nog voor (over) heeft; vaak heeft de student namelijk moeite om zich te concentreren. Binnen de opleiding kunnen we dan kijken hoe we het studieprogramma anders kunnen indelen, zodat de student het aankan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een stage van 16 uur per week, in plaats van de gebruikelijke 32 uur. Of een tentamenperiode waarin de student maar twee tentamens maakt in plaats van de voorgeschreven vijf tentamens. Soms haalt een student een deadline niet; dan kan de examencommissie worden ingeschakeld om deze deadline te verschuiven. Meestal gebeurt dit alles in goed overleg met de SLB’er van de betreffende student, dat is meer een zaak voor de opleiding. Als decanaat kunnen wij wel het traject monitoren en de student ondersteunen waar nodig. Zo hebben wij de beschikking over verschillende regelingen waarmee studenten extra financiering kunnen krijgen als zij studievertraging oplopen.”

Kunnen studenten die zitten met (depressieve) gevoelens gewoon bij u langskomen of hebben zij een soort verwijzing nodig?

Alvar: “Studenten kunnen gewoon uit zichzelf langskomen. Soms komen zij naar aanleiding van een gesprek met hun SLB’er; deze verwijst hen dan naar ons door. Maar dit is absoluut niet noodzakelijk. Op het moment dat een student merkt dat hij last heeft van depressieve gevoelens en dat hij hierdoor gehinderd wordt, moet de student vooral langskomen bij een decaan. De stap naar een huisarts, laat staan een psycholoog, vinden sommige studenten een erg grote. Het is dan gemakkelijker om eerst naar ons toe te komen. Het decanaat op NHL Stenden heeft dagelijks een inloopspreekuur: iedere ochtend tussen 09.00 – 12.00h kunnen studenten langskomen zonder afspraak. Doe dit dan ook vooral. Het helpt namelijk enorm om erover te praten en hulp te zoeken.”

Voor eventuele hulpvragen? Het inloopspreekuur van het NHL Stenden decanaat is iedere werkdag van 09.00 – 12.00h in de gespreksruimte naast B0.028. Houd het studentloket in de gaten voor eventuele wijzigingen in de locatie. Voor een afspraak met een studentendecaan, mail naar: studentloket@nhl.nl of bel het studentloket via 058-2512000.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.